Inspiratie

Ga voor die idioot!

By februari 11, 2019 No Comments

Daar stond ik dan, met de neuzen van mijn schoenen tegen de gele lijn van de gymzaal aan. Links naast me stond Melvin, klasgenootje, m’n beste vriend en keeper van het voetbalelftal waar ik de laatste man was. Wat overigens veel dramatischer klinkt dan vroeger, nu ik het zo opschrijf. Melvin en ik, wij hadden onze handen op de rug, de borst vooruit, kin iets omhoog. Dit was ons uur. We gingen voetballen. Aan mijn rechterkant stond Helga. Zij had er helemaal geen zin in. Ze had een hekel aan sporten en het enige wat nog erger was dan sporten, was voetballen. Helga keek naar beneden en maakte zich onzichtbaar voor de twee tegenover ons naast meester Jurg. Zij zou als laatste worden gekozen, dat was een gegeven, maar liever wilde ze hier helemaal niet zijn. En hey, dit verhaal gaat niet over Helga.

Susan en Rogier stonden tegenover ons en kozen één voor één hun teamleden. Een ondankbare taak, een verschrikkelijke taak. Want wie je ook kiest, je kwetst. Je kwetst altijd. Rogier koos Melvin, Susan ging voor Sandra, haar beste vriendin. Ik mocht naar het team van Rogier en daarmee was de wedstrijd eigenlijk al beslist. Susan kon kiezen voor Ramon of Jeroen, dat zou haar nog een kans geven. Maar dat deed ze niet. Ze koos Erik, de clown van de klas. Ik mocht Erik graag, maar voetbal was zijn ding niet, sporten überhaupt niet. Hij was meer van drama, of toneel zoals dat toen heette. Hij was met zijn lange, slungelige lijf en maat 47 schoenen zelden de baas over de bewegingen van zijn ledematen. Wat hij wel was: snel, pezig sterk en compleet blind. Dat maakte het levensgevaarlijk om in zijn buurt te komen. Bij elke willekeurige balsport en daarbuiten.

Naast Erik gingen ook Lisette, Jolanda, Vincent en Helga naar het team van Susan. Ik snapte er niks van. Van een wedstrijd was geen sprake. We liepen er zogezegd overheen. Maar waar bij ons als snel de ego’s begonnen te prevaleren, wij scholden op elkaar om de gemiste kansen, de kansloze dribbels en de mislukte hoogstandjes, hadden zij vooral lol met elkaar. En niet in de laatste plaats door Erik. Hij was met z’n oververhitte kop en vette, natte haar overal tegelijk, riep, schreeuwde, duwde, schopte en trok continu gekke smoelen. Soms zelfs per ongeluk. Luidkeels deelde hij complimenten uit aan iedereen in zijn team die pogingen deed of in ieder geval keek naar de bal. Daarbij gebruikte hij voortdurend wisselende bijnamen voor mede- en tegenstanders. Zelfs meester Jurg kon een grijns niet onderdrukken.

Zijn teamgenoten waren druifjes, bijtjes, tietjes, vlechtjes en muisjes. Wij werden weggezet als strontvlieg op links, bastaard bij de tweede paal of pielemuis met de bal. Rogier werd pisvlek, omdat hij ooit eens met een nat kruis op school was aangekomen. Hij claimde zelf dat het de wastafelkraan was. Maar dat mysterie werd nooit opgelost. Na 7-0 telden beide partijen niet meer en werden vooral de hilarische capriolen van Erik gevierd. Decennia later tijdens de reünie, werden die verhalen gedeeld én de bijnamen. Hoe hij met zijn sportbroek op z’n enkels een tackle inzette, hoe hij de bal met zijn gezicht uit het doel wist te halen en hoe hard hij de leraar raakte met zijn losse schoen. Het ging nooit meer over winst of verlies.

In de sportzaak waar ik tijdens mijn studie werkte, trof ik Pieter. Een glimmend kale geinponem met een snor en een vocabulaire waar de dikke Van Dale trots op zou zijn geweest. Hij was atletisch van het niveau circusartiest en sprong regelmatig uit stand over de balie heen. Steevast luid applaudisserend voor zichzelf. Hij kroop door de tenten, grapte met ons, plaagde de klanten en andersom en hij zorgde voor rumoer. Veel rumoer. Hij gooide de hele dag met squashballetjes en geloof me, die houden je wel scherp. En in het winterseizoen moest en zou hij minimaal een keer met ski’s aan van de trappen naar beneden. Dat was achteraf misschien wel zijn slechtste plan.

Als hij er niet was, duurde de dag uren langer. Als hij er wel was, dan was de omzet goed. We hadden plezier en dat straalden we uit. Af en toe waren er wel botsingen natuurlijk, dan ging hij over de schreef of had iemand er even genoeg van. Maar de bedrijfsleiders zagen zijn meerwaarde. Net zoals Susan op school had begrepen welke rol Erik had voor het team. Het vergt durf om deze mensen in te zetten. Maar met de juiste portie vrijheid, zijn ze waardevoller dan de scorende spits voor het voetbalteam.

Tijdens de events en promotiecampagnes die ik later organiseerde werd het een doelstelling op zich om op zoek te gaan naar de nar, de clown in het team. Een succesvol team bestaat altijd uit diversiteit. Een voetbalteam met elf spitsen verliest geheid, dat met elf keepers komt al helemaal niet ver. De nar zorgt voor wat extra’s, voor een lach, voor ontspanning en voor creativiteit. Misschien noemt Belbin dit wel de Brononderzoeker. De nar is extravert, onorthodox, enthousiast, avontuurlijk en ruimdenkend. Maar ook lastig te sturen. De nar is Pipi Langkous, Phoebe van Friends, Murdock van The A-Team en Sid van Ice Age. En om in het thema te blijven: in het voetbal is het Marcello van Real Madrid. Ik zeg: ga voor die idioot, ga voor die gek! Ook voor je event- of beursteam. Dat levert je meer op dan je denkt.

Oh ja, Helga bleek schrijfster te zijn. Zij vertelt verhalen en doet dat met succes.

Bernard Klaassen

Bernard Klaassen

Bernard is Ygenaar van Ygenzinnig. Een marketeer met dadendrang die altijd start met het verhaal dat moet worden verteld.